
STUDIEDAG DE VERLICHTING (5de ed.): OORLOG EN VREDE
Op zaterdag 21 februari 2026 vindt tussen 13.20 en 16.25 uur de vijfde editie van de studiedag over de Verlichting plaats, met als thema ‘Oorlog en vrede’. De studiedag wordt georganiseerd door het Instituut voor Filosofische en Sociaalwetenschappelijke Educatie (Ifese) i.s.m. GentMUN en zal plaatsvinden in de Blauwe zaal van het erfgoedcentrum Liberas (Kramersplein 23 te Gent)..
Programma
13.20u – 13.30u: Welkomstwoord
13.30u – 14.10u: Em. prof. dr. Sonja Lavaert (Vrije Universiteit Brussel) over Spinoza
14.10u – 14.25u: Koffiepauze
14.25u – 15.15u: Em. prof. dr. Jean-Marc Piret (Vrije Universiteit Brussel & Universiteit van Rotterdam) over Rousseau
15.15u – 15.30u: Koffiepauze
15.30u – 16.20u: Prof. dr. Willem Lemmens (Universiteit Antwerpen) over Kant
16.20u – 16.25u: Slotwoord
Thema’s
Sonja Lavaert: “Spinoza: het leven van de geest, tegen de logica van oorlog”
Spinoza wordt algemeen erkend voor de centrale rol die hij heeft gespeeld in de ontwikkeling van moderne ideeën van democratie. Met zijn traktaten over politiek, de vrijheid om te filosoferen en de aard van de menselijke geest bewerkstelligde hij een ommekeer in de relatie tussen filosofie, politiek en religie. Zijn pleidooi voor filosofische kritiek en mensvisie werden in zijn tijd echter onthaald op hevige tegenstand en de eigenlijke boodschap – democratie van de multitude is gebaseerd op diversiteit, kritiek, strijd en verzet – is doorheen de tijd en tot op vandaag niet echt doorgedrongen. Onbekend is daarenboven het feit dat hij voor zijn revolutionaire ideeën terugging op Machiavelli. In deze lezing zal een algemene voorstelling worden gegeven van de architectuur en cruciale concepten van Spinoza’s oeuvre en enkele korte fragmenten van de Tractatus theologico-politicus, eventueel de Ethica en vooral de Tractatus politicus worden besproken. Er zal worden gefocust op de naturalistische ontologie en antropologie, wat dit betekent voor zijn visie op tijd en de menselijke geest, en de veelheid en diversiteit als essentieel voor een politiek gericht op welzijn van iedereen en dus vrede.
Jean-Marc Piret: “Het denken van J.J. Rousseau over politiek, oorlog en vrede”
J.J. Rousseau staat bekend als een geniaal denker en schrijver, maar ook als een geest vol van paradoxen. Enerzijds wegbereider van het romantische denken, van de cultus van de natuur en de menselijke sentimenten. Maar anderzijds ook de man die een calvinistisch politiek rigorisme in de politieke filosofie introduceerde en in Du Contrat Social de grondslag legde voor een “absolute” opvatting van de volkssoevereiniteit die door zijn ambivalente conceptualiseringen gemakkelijk misbegrepen en misbruikt kon worden. Daardoor kon uitgerekend de denker die zijn leven lang de vrijheid en individualistische authenticiteit voorop stelde en die een hekel had aan sociaal conformisme en aan de existentiële leegte van de distinctiedrang van de hogere klassen, door sommige van zijn critici verguisd worden als een totalitaire gemeenschapsideoloog, wegbereider van de terreurfase van de Franse Revolutie en intellectuele vader van de autoritaire en illiberale “volksdemocratie”. Deze kritieken berusten op anachronistische en zeer eenzijdige interpretaties van Rousseau’s werk, die geen recht doen aan de complexiteit en de eenheid van zijn denken. In deze lezing zal ik proberen aan te tonen dat Rousseau ook over het thema van oorlog en vrede veel meer te bieden heeft dan velen menen en dat uit de combinatie van zijn antropologische, cultuurfilosofische en politieke inzichten een visie op de internationale betrekkingen voortvloeit die van een groot realisme getuigt en die waarheden in herinnering brengt die in de optimistische visies op het internationaal recht van na WO II gaandeweg aan het zicht onttrokken werden. Zelfs wie de geopolitieke doctrine van de regering Trump probeert te begrijpen, waarin de laatste overblijfselen van de optimistische visie op de evolutie van het internationaal recht gesloopt worden, kan nog zijn voordeel doen met het (her)lezen van Rousseau.
Willem Lemmens “Kant over de eeuwige vrede: van regulatief ideaal tot politiek realisme”
In 1795 publiceert Kant het essay Zum ewigen Frieden, waarin hij speculeert over de mogelijkheid van een wereld zonder oorlog. Vrede zonder een geopolitieke rechtsorde lijkt voor hem onmogelijk. Maar hoe zou zo’n internationale rechtsorde er kunnen uitzien? Kant doet een realistisch voorstel, maar beseft goed dat tussen droom en daad een kloof gaapt. Kunnen we vandaag van Kant nog iets leren? Ik verdedig dat Kant een regulatief ideaal formuleert, dat echter ook getuigt van politiek realisme. Hij pleit voor de cultivering van de morele politicus, die noch vervalt in het cynisme van de politieke moralist (Machiavelli), noch zich laat kennen als despotisch moralist of wereldverbeteraar.
Inschrijving
U kunt zich inschrijven voor deze studiedag via dit formulier. Wie bijkomende vragen heeft, kan zich richten tot hoofd educatie Vincent Vincke (vincent.vincke@ifese.be).
Sprekers
Em. prof. dr. Sonja Lavaert doceerde tot voor kort filosofie van de Verlichting, Vrijdenken, Maatschappijtheorieën en Taalfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek is gericht op de genealogie van het modern politiek denken en focust op het heden, de late 17de eeuw, Renaissance en Verlichting. Ze is de auteur van Het perspectief van de multitude (VUBPress, 2011) en Vrijheid, gelijkheid, veelheid. Het moderne democratie-denken van Machiavelli tot Spinoza en zijn kring (VUBPress, 2020) dat in Engelse vertaling verscheen als Democratic Thought from Machiavelli to Spinoza: Freedom, Equality, Multitude (Edinburgh University Press, 2024; verschijnt als paperback in april 2026). Ze is co-editor van The Dutch Legacy: Radical Thinkers of the 17th Century and the Enlightenment (Brill, 2017), Aufklärungs-Kritik und Aufklärungs-Mythen. Horkheimer und Adorno in philosophiehistorischer Perspektive (De Gruyter, 2018) en Spinoza et la politique de la multitude (Kimé, 2021). Momenteel bereidt ze de editie voor (met Moreau en Balibar) van Spinoza et le transindividuel (Classiques Garnier, forthcoming 2026) en het themanummer Crise, critique et désir van de Nouveaux Cahiers Spinoza 2 (Classiques Garnier, forthcoming 2027).
Prof. dr. Willem Lemmens is gewoon hoogleraar moderne filosofie en ethiek aan de Universiteit Antwerpen. Hij promoveerde in 1997 aan het Hoger Instituut voor Filosofie (Katholieke Universiteit Leuven). Hij publiceerde diverse artikelen en boekbijdragen over Humes moraalfilosofie en filosofie van de religie en artikels over Spinoza en hedendaagse ethiek. Samen met Walter Van Herck publiceerde hij een Nederlandse vertaling van Humes Natural History of Religion (2011). Samen met Esther Engels-Kroeker is hij redacteur van de Cambridge Critical Guide on Humes An Enquiry Concerning the Principles of Morals (2021). Hij was voorzitter van het Centrum Pieter Gillis van 2012 tot 2018, lid van het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek van 2004 tot 2018 en lid van het Executive Committee van de Hume Society van 2012 tot 2018.
Em. prof. dr. Jean-Marc Piret was van 1983 tot 1990 als onderzoeker verbonden aan het Centrum voor de Studie van de Verlichting van de Vrije Universiteit Brussel. Daar was hij ook mede-uitgever van het Tijdschrift voor de Studie van de Verlichting. In 1990 werd hij aan de juridische faculteit van de Erasmus Uniuversiteit Rotterdam aangesteld als docent rechtsfilosofie en Ideeëngeschiedenis van het publiekrecht. Later doceerde hij aan de EUR ook “Veiligheid, terrorisme & mensenrechten” (VT&M) en “Grondslagen van de criminologie”. Na zijn deeltijdse terugkeer naar de VUB in 2009 doceerde hij ook daar Inleiding tot de rechtsfilosofie en VT&M. Zijn onderzoek richt zich op de ideeëngeschiedenis van het publiekrecht, op de verhouding tussen recht en religie in de publieke sfeer, en op de spanning tussen veiligheid en vrijheid in de democratische rechtsstaat. Daarnaast publiceerde hij over terrorismebestrijding, uitzonderingsrecht, mensenrechten en wrongful life-vorderingen, evenals over klassieke auteurs uit de rechts- en politieke filosofie, onder wie Hobbes, Montesquieu, Rousseau, Carl Schmitt, Hans Kelsen en Hannah Arendt. In de boekhandel zijn van zijn hand onder meer ‘De geschiedenis als slachtbank. Reflexieve modernisering en de wet bij Joseph de Maistre, Marquis de Sade en G.W.F. Hegel’ (VUBPRESS, 2009) en ‘Volkssoevereiniteit en het Europese democratische deficit’ (Larcier Intersentia, 2025) terug te vinden.
